Wat is inlenersbeloning? Waar een gedetacheerde recht op heeft
Wie via een bureau bij een overheidsorganisatie werkt, heeft recht op dezelfde beloning als een collega in dienst. Wat daar precies onder valt, vanaf wanneer, en wie het moet regelen.
Wat inlenersbeloning is
Inlenersbeloning is de regel dat iemand die via een bureau bij een organisatie werkt, voor dat werk ten minste dezelfde beloning krijgt als een werknemer die rechtstreeks in dienst is en hetzelfde of gelijkwaardig werk doet. De organisatie die inhuurt heet de inlener, vandaar de naam.
Het bureau betaalt het loon, maar de hoogte volgt de cao en de regelingen van de organisatie waar je werkt. Het gaat om loon en vergoedingen, maar ook om werktijden: overwerk, rusttijden, nachtdienst, pauzes, de duur van de vakantie en werken op feestdagen. Heeft de inlener geen vergelijkbare werknemers, dan geldt wat in de sector gebruikelijk is.
Wat er in ieder geval in zit
De cao's van ABU en NBBU werkten de wet jarenlang uit in een vaste lijst loonelementen. Sinds 2026 is de regel breder (zie hieronder), maar deze onderdelen tellen nog steeds mee:
- het brutoloon volgens de salarisschaal van de functie bij de opdrachtgever
- arbeidsduurverkorting (ADV of ATV), in tijd of in geld
- toeslagen, bijvoorbeeld voor overwerk, onregelmatige uren of bereikbaarheid
- periodieken: de jaarlijkse stap in de schaal, op het moment en in de hoogte die bij de opdrachtgever gelden
- de eerste (initiële) loonsverhoging uit de cao van de opdrachtgever
- onkostenvergoedingen, zoals reiskosten of een thuiswerkvergoeding
- een vergoeding voor reisuren of reistijd
- de eindejaarsuitkering, sinds 1 januari 2023
Bij de overheid zit een groot deel hiervan in het individueel keuzebudget (IKB). Gemeenten, het Rijk en de waterschappen hebben vakantiegeld en eindejaarsuitkering in één budget bovenop het salaris gestopt.
Een gedetacheerde bij een gemeente heeft dus recht op hetzelfde IKB-percentage als een collega in dienst. Hoe dat op je loonstrook uitpakt, lees je in werken als gedetacheerde: salaris, verlof en pensioen.
Wat er sinds 1 januari 2026 anders is
Sinds 1 januari 2026 geldt de cao voor Uitzendkrachten 2026-2028. Daarin is de vaste lijst vervangen door gelijkwaardige beloning: niet elk onderdeel apart, maar het pakket als geheel moet gelijkwaardig zijn aan dat van een collega in dienst.
De cao (artikel 21) noemt als essentiële arbeidsvoorwaarden:
- loon en overige vergoedingen
- overwerk
- rusttijden en nachtdienst
- pauzes
- de duur van de vakantie
- werken op feestdagen
Alle andere voorwaarden, zoals pensioen, zijn niet-essentieel. De essentiële voorwaarden moeten bij elkaar opgeteld minimaal gelijkwaardig zijn, en het totale pakket ook. Een tekort op een essentiële voorwaarde mag alleen binnen die groep worden goedgemaakt, bijvoorbeeld een lagere vakantiebijslag met een hoger loon. Compenseren met een niet-essentiële voorwaarde, zoals pensioen, mag niet.
Wat telt als arbeidsvoorwaarde? Volgens Wijzerbelonen.nl, het informatieplatform van ABU en NBBU, is dat elke tegenprestatie voor het werk: in geld, in tijd of in natura. Voorbeelden van voorwaarden die sinds 2026 meetellen: een eenmalige uitkering voor al het personeel, een dertiende maand, een thuiswerk- of fietsvergoeding, extra vrije dagen voor vrijwilligerswerk en een opleidingsbudget.
Met de cao lopen de brancheorganisaties vooruit op de Wet meer zekerheid flexwerkers, die de wet in dezelfde richting aanpast. De Eerste Kamer heeft die wet op 7 juli 2026 aangenomen (Staatsblad 2026, 205). Het onderdeel over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten treedt op 31 december 2026 in werking; de meeste andere onderdelen volgen op 1 januari 2028.
Let op: gelijkwaardig is niet hetzelfde als identiek. Een bureau mag een pakket anders samenstellen, bijvoorbeeld met een eigen pensioenregeling, zolang het totaal niet lager uitkomt dan bij een collega in dienst.
Vanaf je eerste werkdag, zonder wachttijd
Het recht op inlenersbeloning geldt vanaf de eerste werkdag van de opdracht. Er is geen wachttijd of proefperiode waarin een lager loon mag worden betaald. Verandert de functie tijdens de opdracht, of krijgen de collega's in dienst een cao-verhoging, dan verandert de beloning mee.
De regel staat in de wet (artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Waadi) en is uitgewerkt in de cao voor uitzendkrachten.
Het bureau stelt vast, de opdrachtgever levert aan en blijft medeaansprakelijk
Het bureau is de werkgever en stelt de beloning vast. Daarvoor heeft het informatie nodig van de opdrachtgever: in welke schaal de functie zit, welke toeslagen en vergoedingen gelden en welke regelingen er zijn. Wijzerbelonen.nl beschrijft dat als vier stappen: het bureau vraagt uit, de opdrachtgever levert aan, het bureau stelt vast en bevestigt het aan de professional.
De opdrachtgever is daarmee niet klaar. Betaalt het bureau te weinig, dan kan de professional het volledige loon ook bij de opdrachtgever opeisen (artikel 7:616a BW). Bureau en opdrachtgever zijn namelijk samen, hoofdelijk, aansprakelijk: ieder van hen kan voor het hele bedrag worden aangesproken. Alleen een opdrachtgever die aannemelijk maakt dat hem niets te verwijten valt, ontkomt daaraan.
Voor overheden is het daarom verstandig om bij iedere inhuur de inschaling vast te leggen in het inhuurdossier en te werken met bureaus die de cao aantoonbaar toepassen. Wat dit betekent voor het uurtarief dat een opdrachtgever betaalt, staat in wat kost een gedetacheerde per uur. Lees ook hoe de inschaling per cao werkt.
Samenvatting
- Een gedetacheerde krijgt hetzelfde loon en dezelfde vergoedingen als een collega in dienst van de opdrachtgever, in dezelfde functie.
- Sinds 1 januari 2026 moet niet alleen het loon, maar het hele pakket arbeidsvoorwaarden gelijkwaardig zijn.
- Het bureau stelt de beloning vast, de opdrachtgever levert de informatie aan en blijft medeaansprakelijk voor het loon.
Laatst gecontroleerd op 3 november 2026. Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies.
Bel of mail ons gerust.