Boete en naheffing bij schijnzelfstandigheid: wie betaalt wat?
Ziet de Belastingdienst een zzp-opdracht als dienstverband, dan moet de opdrachtgever de loonheffingen alsnog betalen. Wat dat kost, hoe ver het teruggaat en wat het voor de zzp'er betekent.
Wat gebeurt er als de Belastingdienst een dienstverband vaststelt?
Stelt de Belastingdienst vast dat een zzp'er in de praktijk in dienstverband werkt, dan is de opdrachtgever voor de loonheffingen de werkgever. De opdrachtgever krijgt dan een naheffing: de loonheffingen moeten alsnog worden betaald, met rente en sinds 2026 mogelijk een boete. De zzp'er verliest voor die opdracht de fiscale voordelen van het ondernemerschap.
Of er sprake is van schijnzelfstandigheid, wordt beoordeeld op de feiten, aan de hand van de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest. Lees meer in de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest uitgelegd.
De naheffing loonheffingen
Loonheffingen zijn de belasting en premies die een werkgever op het loon inhoudt en afdraagt: de loonbelasting en premie volksverzekeringen, de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversbijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Bij schijnzelfstandigheid is dat niet gebeurd en heft de Belastingdienst het alsnog na bij de opdrachtgever.
De naheffing wordt berekend over wat de zzp'er heeft gefactureerd. Ziet de opdrachtgever af van verhaal op de zzp'er, dan kan de Belastingdienst het gefactureerde bedrag als nettoloon zien en de belasting over een hoger brutobedrag berekenen (bruteren). Daar komt belastingrente bij: rente omdat de belasting te laat is betaald.
De opdrachtgever betaalt altijd een deel, ook als de zzp'er netjes aangifte deed
De naheffing komt bij de opdrachtgever. Een deel (de loonbelasting en premie volksverzekeringen) kan de opdrachtgever soms terugvragen van de zzp'er; of dat kan, hangt af van wat partijen hebben afgesproken en of de zzp'er die belasting niet al zelf heeft betaald via de inkomstenbelasting.
De rest, de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversbijdrage Zorgverzekeringswet, mag een werkgever nooit verhalen, ook niet bij schijnzelfstandigheid. Die blijft altijd voor de opdrachtgever. Voor overheden betekent dit dat een deel van de kosten hoe dan ook bij de organisatie landt.
Niet verder terug dan 1 januari 2025
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Daarbij geldt tot 2030 een overgangsregeling (het ingroeimodel): de Belastingdienst gaat in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025. Een opdracht die al sinds 2022 loopt, wordt dus normaal gesproken gecorrigeerd vanaf 1 januari 2025, niet vanaf het begin.
Dat is anders bij kwaadwillendheid of als een opdrachtgever een eerdere aanwijzing van de Belastingdienst niet heeft opgevolgd. Dan geldt de gewone termijn van 5 jaar.
De zachte landing: wat per jaar geldt
De handhaving is stap voor stap opgebouwd. Per jaar geldt:
- 2025: naheffing, maar geen boetes. Voor correcties over 2025 blijft dat zo.
- 2026: naheffing, en een boete alleen als de opdrachtgever het bewust of heel onzorgvuldig fout deed (een vergrijpboete). Boetes voor te laat of niet aangeven (verzuimboetes) blijven uit en een controle begint in beginsel met een bedrijfsbezoek. Dat is toegezegd in de Kamerbrief van 19 december 2025 en verwerkt in het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026.
- Vanaf 2027: gewone handhaving, zoals bij elke andere loonheffingscontrole. Naast vergrijpboetes zijn dan ook verzuimboetes weer mogelijk en een controle hoeft niet meer met een bedrijfsbezoek te beginnen.
- Tot 2030: de grens van 1 januari 2025 voor de terugwerkende kracht blijft gelden, als onderdeel van het ingroeimodel.
Let op: een vergrijpboete is pas aan de orde bij opzet of grove schuld. Wie kan laten zien dat de opdracht vooraf bewust is getoetst en vastgelegd, staat bij een controle veel sterker. Lees hoe je dat doet in handhaving op de Wet DBA.
Gevolgen voor de zzp'er
Ook voor de zzp'er heeft een vastgesteld dienstverband gevolgen. De inkomsten uit die opdracht gelden niet als winst uit onderneming maar als loon. Ondernemersvoordelen zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling vervallen dan voor dat deel. Is de zzp'er door die opdracht geen ondernemer meer voor de inkomstenbelasting, dan kan dat ook gevolgen hebben voor andere aftrekposten en voor de btw.
De loonheffing die de opdrachtgever alsnog afdraagt, wordt wel verrekend met de inkomstenbelasting van de zzp'er. Dubbel betalen hoeft dus niet, maar de afwikkeling is bewerkelijk. Wat je als zelfstandige zelf kunt doen om dit te voorkomen, staat in mag ik als zzp'er nog voor de overheid werken?
Arbeidsrechtelijke gevolgen
De beoordeling van de Belastingdienst gaat over belastingen en premies. Daarnaast kan de zzp'er zelf naar de rechter stappen en stellen dat er een arbeidsovereenkomst is. Slaagt dat, dan gelden de regels van het arbeidsrecht: ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte, vakantiedagen en vakantiegeld, en vaak ook de cao en de pensioenregeling van de organisatie.
Bij de overheid is dat bijvoorbeeld de cao van de gemeente of provincie en het ABP-pensioen. Ook pensioenfondsen en UWV kunnen een eigen beoordeling maken.
Hoe je dit voorkomt
Toets iedere zzp-opdracht vooraf aan de gezichtspunten en leg de uitkomst vast. Past de opdracht niet bij zzp, kies dan een andere vorm. Bij detachering is de detacheerder de werkgever: die draagt de loonheffingen af en het risico van schijnzelfstandigheid speelt niet. Lees meer in zzp'er of detachering: welke inhuurvorm past?
Samenvatting
- De opdrachtgever krijgt de naheffing loonheffingen, in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025.
- Sinds 2026 kan daar een boete bij komen en vanaf 2027 handhaaft de Belastingdienst zonder uitzonderingen.
- De zzp'er verliest fiscale ondernemersvoordelen en kan zich arbeidsrechtelijk op een arbeidsovereenkomst beroepen.
Laatst gecontroleerd op 3 november 2026. Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies.
Bel of mail ons gerust.
Verder lezen