Rechtsvermoeden bij een laag uurtarief: wat verandert er?
Vanaf 31 december 2026 wordt wie voor ten hoogste een grensbedrag per uur werkt, vermoed werknemer te zijn. Wat de wet precies regelt, hoe je het uurtarief berekent en wat het betekent voor inhuur bij de overheid.
Wat het rechtsvermoeden inhoudt
Vanaf 31 december 2026 staat in het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:610aa) dat wie voor een ander werkt tegen een beloning van ten hoogste een grensbedrag per uur, wordt vermoed dat werk op basis van een arbeidsovereenkomst te doen. De werkende moet zich zelf op dat vermoeden beroepen. De opdrachtgever moet dan aannemelijk maken dat er toch geen arbeidsovereenkomst is.
De wet is op 18 juni 2026 vastgesteld (Staatsblad 2026, 158); de Tweede Kamer stemde op 21 april 2026 in, de Eerste Kamer op 16 juni 2026. Het inwerkingtredingsbesluit (Staatsblad 2026, 207) bepaalt de startdatum: 31 december 2026. De wet heeft onmiddellijke werking en geldt dus ook voor opdrachten die op die datum al lopen; er is geen overgangsrecht.
Het bedrag: 36 euro in de wet, 38 euro in de praktijk
In de wettekst staat 36 euro per uur. Dat bedrag is afgeleid van 120% van het wettelijk minimumloon, met opslagen voor verzekeringen, pensioen, kosten en uren die een zelfstandige niet kan factureren, naar boven afgerond, met peildatum 1 januari 2025.
Het bedrag beweegt mee met het minimumloon via de procedure van artikel 14 van de Wet minimumloon en wordt naar boven afgerond op hele euro's. Met peildatum 1 januari 2026 komt het kabinet zo op 38 euro (niet afgerond 37,07 euro).
Welk bedrag bij de start precies geldt, staat niet in de wet: dat wordt voor de eerste toepassing in een ministeriële regeling vastgesteld, op basis van het dan geldende minimumloon. Tot die regeling in de Staatscourant staat, is 38 euro een verwachting en geen vaststaand bedrag.
Het vermoeden geldt bij een beloning van ten hoogste het grensbedrag, dus ook bij precies dat bedrag. Het geldt niet als de opdrachtgever een particulier is die niet handelt vanuit een beroep of bedrijf.
Zo bereken je het uurtarief
De memorie van toelichting bij de wet geeft rekenregels:
- Reken met de vergoeding die echt is betaald, niet met wat is afgesproken, en zonder btw.
- Is een prijs inclusief kosten afgesproken, trek dan de kosten eraf die direct aan de opdracht zijn toe te rekenen, zoals materiaal. Kosten die niet direct bij de opdracht horen, zoals reizen van en naar huis, acquisitie, administratie en verzekeringen, hoef je niet af te trekken.
- Tel alleen de uren die direct aan de opdracht zijn besteed. Reistijd van en naar huis, administratie en acquisitie tellen niet mee.
- Bij een vaste prijs of stukprijs moet de werkende aannemelijk maken hoeveel uren daartegenover staan; deel de prijs door die uren.
Een voorbeeld: een all-in vergoeding van 45 euro per uur exclusief btw, waarin 10 euro materiaalkosten zit, komt uit op 35 euro per uur, onder de grens.
Wat het vermoeden niet doet
Het vermoeden verandert de maatstaf niet. Of er een arbeidsovereenkomst is, hangt af van alle omstandigheden samen, zoals de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest heeft uitgewerkt. Lees meer in de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest.
Het kabinet zei het bij de behandeling zelf: er is geen harde grens waarbij het uurtarief een duidelijke aanwijzing voor schijnzelfstandigheid is. Een tarief boven de grens sluit schijnzelfstandigheid dus niet uit en een tarief eronder bewijst het niet.
Het vermoeden is civielrechtelijk: het werkt alleen tussen werkende en opdrachtgever, bij de rechter. Het werkt volgens het kabinet niet door naar de sociale zekerheid en de belastingen: de Belastingdienst toetst niet aan het rechtsvermoeden en beoordeelt een arbeidsrelatie zelf op alle gezichtspunten. Hoe zij dat doet, lees je in handhaving Wet DBA.
Waar de wet vandaan komt
Het rechtsvermoeden was een onderdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Wet VBAR). Met een nota van wijziging van 10 maart 2026 haalde het kabinet het verduidelijkingsdeel uit het voorstel; alleen het rechtsvermoeden bleef over en is wet geworden.
Voor de verduidelijking kwam een nieuw voorstel: de Zelfstandigenwet, met een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. Het kabinet publiceerde dat op 1 oktober 2026 voor internetconsultatie; de beoogde inwerkingtreding is januari 2028. Alle data op een rij staan in wat verandert er in 2027.
Wat het betekent voor inhuur bij de overheid
Bij gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk liggen de tarieven van ingehuurde zzp'ers meestal ver boven de grens. Voor die opdrachten verandert het vermoeden weinig. Let wel op situaties waarin het tarief in de buurt kan komen:
- All-in tarieven waarin materiaal of andere directe kosten zitten; na aftrek daarvan kan het uurtarief lager uitvallen dan het lijkt.
- Lager ingeschaalde functies, zoals administratieve en facilitaire ondersteuning, receptie, chauffeurs, toezicht en handhaving, of uitvoerend werk in het sociaal domein.
- Inhuur via een tussenpartij, waarbij de zzp'er zelf minder ontvangt dan het tarief dat de organisatie aan het bureau betaalt. Hoe het vermoeden in zo'n driehoek uitpakt, is bij de behandeling van de wet niet uitgewerkt; reken in elk geval ook met wat de zzp'er zelf per uur overhoudt.
Let op: het vermoeden is een vangnet voor de werkende, geen toets vooraf. Een organisatie die zzp'ers rond de grens inhuurt, kan er ook achteraf nog mee te maken krijgen, bijvoorbeeld bij een ziekmelding of aan het einde van de opdracht.
Wat je doet als opdrachtgever
- Breng in kaart welke zzp-opdrachten een uurtarief rond of onder de grens hebben, en reken all-in tarieven en vaste prijzen om volgens de regels hierboven.
- Toets die opdrachten extra kritisch op de gezichtspunten: is er echt geen gezag en inbedding? Lees wat schijnzelfstandigheid is en gebruik de checklist met 10 vragen.
- Past de opdracht niet bij zelfstandig werk, kies dan voor een dienstverband of detachering in plaats van het tarief iets te verhogen.
- Leg de berekening en de afweging vast in het dossier, samen met een goede overeenkomst van opdracht.
Wat je doet als zzp'er
- Reken je uurtarief uit volgens de regels hierboven en vergelijk het met je ondergrens uit zzp-uurtarief berekenen.
- Zit je op of onder de grens en voel je je in de praktijk werknemer, dan kun je je vanaf 31 december 2026 op het vermoeden beroepen. Je opdrachtgever moet dan aannemelijk maken dat het geen dienstverband is.
- Wil je zelfstandig blijven, zorg dan dat je werkwijze dat laat zien: eigen aanpak, meerdere opdrachtgevers, eigen risico. Een hoger tarief alleen is niet genoeg.
Samenvatting
- Vanaf 31 december 2026 wordt wie voor ten hoogste het grensbedrag per uur werkt, vermoed een arbeidsovereenkomst te hebben (artikel 7:610aa BW).
- In de wet staat 36 euro (peildatum 1 januari 2025), geïndexeerd met het minimumloon; het startbedrag komt in een ministeriële regeling en het kabinet rekent met 38 euro.
- Het vermoeden werkt alleen tussen werkende en opdrachtgever; de Belastingdienst toetst de arbeidsrelatie zelf op alle gezichtspunten.
Laatst gecontroleerd op 3 november 2026. Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies.
Bel of mail ons gerust.
Verder lezen