Wat verandert er in 2027 voor inhuur en zzp?

De Wtta gaat in, het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief wordt van kracht en de Belastingdienst handhaaft de Wet DBA zonder zachte landing. Per onderwerp: wat, voor wie, wanneer en wat je nu doet.

Bright Professionals · , bijgewerkt
Voor overhedenVoor zzp'ersVoor gedetacheerden8 min lezen

Het jaar in één oogopslag

Drie dingen staan vast voor 2027: de Wtta gaat op 1 januari 2027 in, het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief geldt vanaf 31 december 2026, en de Belastingdienst laat per 1 januari 2027 de laatste onderdelen van de zachte landing bij de handhaving op schijnzelfstandigheid vervallen. De verplichte aov voor zzp'ers en de Zelfstandigenwet komen in 2027 nog niet.

Hieronder per onderwerp: wat, voor wie, wanneer en wat je nu doet. Wat nog niet vaststaat, staat erbij als "verwacht".

Wtta: toelatingsplicht voor uitleners

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) verplicht bureaus die personeel uitlenen, zoals uitzendbureaus en detacheerders, om een toelating te hebben van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). De wet treedt op 1 januari 2027 in werking.

  • Voor wie: uitleners én inleners, dus ook gemeenten, provincies en waterschappen die via een bureau inhuren.
  • Wanneer: uitleners melden zich tussen 1 november en 31 december 2026 aan voor de overgangsregeling via toelatinguitleenmarkt.nl. De aanvraag voor toelating dienen zij in tussen 1 mei en 30 juni 2027. Vanaf 1 januari 2028 handhaaft de Arbeidsinspectie en mag je alleen nog inlenen van een toegelaten uitlener, een uitlener met ontheffing of een uitlener die onder de overgangsregeling valt.
  • Wat je nu doet als overheid: vraag je bureaus of zij zich hebben aangemeld voor de overgangsregeling en leg het antwoord vast in het inhuurdossier. Bureaus moeten zich vóór 31 december 2026 aanmelden; vraag ernaar.
  • Wat het betekent voor gedetacheerden: je hoeft zelf niets te doen; je bureau regelt de toelating en je arbeidsovereenkomst en arbeidsvoorwaarden veranderen er niet door.

Meer over de wet en de stappen vind je in wat is de Wtta en Wtta voor inleners.

Rechtsvermoeden bij een laag uurtarief

Van de Wet VBAR, het wetsvoorstel dat de regels voor het werken met zzp'ers moest verduidelijken, is één onderdeel overgebleven: een wettelijk vermoeden van een arbeidsovereenkomst als iemand voor minder dan een grensbedrag per uur werkt. Het deel dat de beoordeling van arbeidsrelaties moest verduidelijken, is geschrapt.

De Eerste Kamer nam de wet op 16 juni 2026 aan; zij treedt op 31 december 2026 in werking. Hoe het vermoeden werkt, lees je in rechtsvermoeden bij een laag uurtarief.

  • Voor wie: werkenden met een laag uurtarief en hun opdrachtgevers. De werkende kan het vermoeden inroepen; de opdrachtgever moet dan aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is.
  • Het bedrag: in de wet staat 36 euro, dat wordt geïndexeerd. Het kabinet rekende voor 2026 met ongeveer 38 euro per uur. Het bedrag bij de start wordt in een ministeriële regeling vastgesteld.
  • Wat je nu doet: kijk of er opdrachten lopen rond of onder de grens. Bij de overheid komt dat weinig voor, maar bij lager betaalde functies kan het spelen. Als zzp'er reken je je ondergrens na met zzp-uurtarief berekenen. Het vermoeden verandert niets aan de toets van de Belastingdienst op alle gezichtspunten, zie handhaving Wet DBA.

Zelfstandigenwet: in 2027 nog niet

Het kabinet publiceerde op 1 oktober 2026 het voorstel voor de Zelfstandigenwet, dat vooraf duidelijke regels moet geven voor hoe zzp'ers en opdrachtgevers kunnen samenwerken. Het komt in de plaats van het geschrapte verduidelijkingsdeel van de Wet VBAR.

Het voorstel kent twee toetsen. De zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer: zelf factureren, de KVK-inschrijving, het aantal opdrachtgevers en de afdekking van ondernemersrisico's. De werkrelatietoets kijkt of er in de opdracht genoeg zelfstandig wordt gewerkt, zoals de vrijheid om het werk in te richten en werken voor eigen rekening en risico. Wie beide doorstaat, zit in een "veilige haven".

  • Voor wie: zzp'ers en hun opdrachtgevers, dus ook overheden die zzp'ers inhuren.
  • Status: voorstel; de internetconsultatie liep tot en met 29 oktober 2026 en het voorstel is nog geen wet. De beoogde inwerkingtreding is januari 2028.
  • Wat je nu doet: niets; volg de behandeling. Tot die tijd blijven de gezichtspunten uit de rechtspraak leidend.

Handhaving Wet DBA zonder zachte landing

De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer op schijnzelfstandigheid. In 2025 en 2026 gold een zachte landing: in 2025 geen boetes, in 2026 geen verzuimboetes en in principe eerst een bedrijfsbezoek. Volgens de Kamerbrief van 19 december 2025 vervallen die laatste onderdelen per 1 januari 2027.

  • Voor wie: iedere opdrachtgever die zzp'ers inhuurt, en de zzp'ers zelf.
  • Wanneer: vanaf 1 januari 2027 kan de Belastingdienst naast boetes voor opzet of grove schuld (vergrijpboetes) ook weer boetes voor te laat of niet aangeven (verzuimboetes) opleggen en hoeft zij niet met een bedrijfsbezoek te beginnen. Naheffingen gaan niet verder terug dan 1 januari 2025. Vanaf 2027 hoort de controle op schijnzelfstandigheid bij de gewone belastingcontrole. Wat een naheffing kost, lees je in boete en naheffing bij schijnzelfstandigheid.
  • Wat je nu doet: toets elke lopende zzp-opdracht opnieuw op de gezichtspunten en leg de uitkomst vast. Past de vorm niet, dan is detachering vaak de veiligere keuze; zie zzp'er of detachering: welke inhuurvorm past?.

Verplichte aov voor zzp'ers: niet in 2027

Het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) ligt sinds maart 2026 bij de Tweede Kamer en is nog niet aangenomen. Voorgesteld is een premie van 5,4% van de winst, een uitkering van maximaal het minimumloon en een wachttijd van 2 jaar.

Een ingangsdatum is er niet; het ministerie noemde op zijn vroegst 2027 tot 2029, de markt verwacht 2030. Wat je nu kunt doen, lees je in verplichte AOV voor zzp'ers.

Europese drempelbedragen: ongewijzigd in 2027

De drempelbedragen voor Europees aanbesteden gelden voor 2 jaar en zijn op 1 januari 2026 vastgesteld voor 2026 en 2027. Voor leveringen en diensten is de drempel 216.000 euro voor decentrale overheden en 140.000 euro voor de centrale overheid, exclusief btw. Voor sociale en andere specifieke diensten geldt 750.000 euro.

Nieuwe bedragen worden verwacht per 1 januari 2028. Raam de waarde van inhuur over de hele looptijd, inclusief verlengingen; zie externe inhuur aanbesteden.

Cao en beloning van gedetacheerden

Wie via een bureau bij een gemeente werkt, heeft recht op dezelfde beloning als een collega in dienst. De cao Gemeenten en SGO loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. De laatste afgesproken stap is een loonsverhoging van 1,6% op 1 januari 2027. Daarna moet een nieuwe cao worden afgesloten; wat daarin komt, is nog niet bekend.

Voor gedetacheerden betekent dit dat je salaris per 1 januari 2027 meebeweegt met de cao van de organisatie waar je werkt, en opnieuw zodra er een nieuwe cao is.

Werk je bij het Rijk, een provincie of een waterschap, dan geldt daar de eigen cao met een eigen looptijd. Hoe de inschaling werkt, lees je in verdient een gedetacheerde hetzelfde als een ambtenaar?.

Wat verder speelt

  • Zelfstandigenaftrek: de laatste stap van de afbouw gaat in op 1 januari 2027. De aftrek daalt van 1.200 euro in 2026 naar 900 euro in 2027.
  • Startersaftrek: in het Belastingplan 2027 stelt het kabinet voor de startersaftrek per 1 januari 2027 te verlagen van 2.123 euro naar 10 euro en per 1 januari 2028 af te schaffen, zonder overgangsrecht. Dit is verwacht: de Tweede en Eerste Kamer stemmen er naar verwachting in november en december 2026 over.
  • Inlenersaansprakelijkheid: voor tijdvakken vanaf 1 januari 2027 geldt een wettelijk vermoeden van 35% van de factuur, minus de storting op de G-rekening (Fiscale verzamelwet 2026). Lees meer in inlenersaansprakelijkheid.

Let op: de bedragen van het rechtsvermoeden en de startersaftrek zijn nog niet definitief, en de Zelfstandigenwet en de BAZ zijn nog voorstellen. Data en bedragen die nog in behandeling zijn, kunnen veranderen.

Samenvatting

  • De Wtta gaat in op 1 januari 2027; uitleners melden zich uiterlijk 31 december 2026 aan en de handhaving start op 1 januari 2028.
  • Vanaf 31 december 2026 geldt een wettelijk vermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief op of onder de grens van ongeveer 38 euro.
  • Per 1 januari 2027 vervallen de laatste onderdelen van de zachte landing bij de handhaving op schijnzelfstandigheid.
BronnenNederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (nau.nl) en toelatinguitleenmarkt.nl · Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief (Stb. 2026, 158) en inwerkingtredingsbesluit (Stb. 2026, 207); Eerste Kamer, dossier 36.783 · Rijksoverheid, "Zelfstandigenwet biedt meer duidelijkheid en erkenning voor zzp'ers", 1 oktober 2026, en internetconsultatie.nl/zelfstandigenwet · Kamerbrief handhaving arbeidsrelaties, 19 december 2025 (Kamerstuk 31311, nr. 302), en Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 (Belastingdienst) · Wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Kamerstuk 36912), eerstekamer.nl · Belastingplan 2027, uitvoeringstoetsen Belastingdienst (startersaftrek), rijksfinancien.nl · Fiscale verzamelwet 2026 (wettelijk vermoeden bij inlenersaansprakelijkheid voor tijdvakken vanaf 1 januari 2027) · PIANOo, Drempelbedragen Europees aanbesteden 2026-2027 · CNV, Eindresultaat cao-onderhandelingen Gemeenten en SGO 2025-2027
Laatst gecontroleerd op 3 november 2026. Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies.
Vragen over dit onderwerp?

Bel of mail ons gerust.